‘Ze’ integreren niet? Een misverstand over integratie de wereld uit

“Vluchtelingen krijgen alles: een huis, eten. Ze krijgen alles, inclusief een uitkering,” meende Kelly (28) in het EO-programma Rot op naar je eigen land. Daarbij zouden ‘ze’ niet integreren en ‘alles van ons afpakken’. Onterecht wordt met deze opvattingen de indruk gewekt dat integratie een eenzijdig proces is, waarbij de vluchteling een passieve rol vervult.

Nederlanders zijn somber gestemd over de verhouding tussen autochtonen en migrantengroepen, zo constateerde het Sociaal Plan Bureau (SCP) in december. De Nederlandse samenleving groeide de afgelopen jaren door de komst van vluchtelingen uit Syrië en delen van Afrika. Een groot deel van hen kreeg in Nederland een vluchtelingenstatus, waarmee zij zich in Nederland mogen vestigen. Bij de komst van vluchtelingen hoort logischerwijs integratie – al hebben politici het nu vooral druk met het zoeken van geschikte opvanglocaties voor vluchtelingen.

Integratie wordt vaak gezien als succesvol zodra een vluchteling actief lid is van de samenleving in legaal, economisch, educatief, sociaal en cultureel opzicht. Dit is moeilijk te meten, maar het houdt ruwweg in dat iemand voor een Nederlands bedrijf werkt, Nederlands onderwijs volgt, met Nederlanders omgaat en zich tot op zekere hoogte kan identificeren met de Nederlandse identiteit.

Het proces is dynamisch en tweezijdig. Niet alleen een vluchteling moet zijn of haar beste beentje voor zetten, ook van de Nederlandse maatschappij wordt iets verwacht. Een vluchteling moet bereid zijn zich aan te passen aan de levensstijl van de Nederlander zonder zijn eigen culturele identiteit te verliezen. Zo’n aanpassing kan echter alleen plaatsvinden als de Nederlandse maatschappij bereid is om vluchtelingen op te nemen en te accepteren. Een belangrijke voorwaarde van succesvolle integratie van vluchtelingen is dan ook een gastvrije, inclusieve samenleving, zoals geformuleerd door The European Council on Refugees and Exiles, een pan-Europese alliantie.

Premier Rutte stelde tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in september: “Mensen die mogen blijven moeten we zo snel mogelijk integreren in onze samenleving.” Niet iedereen is dat met hem eens, bleek in de daaropvolgende maanden. Rellen in Geldermalsen, luide protesten in Enschede, een posteractie in Tilburg; niet iedereen staat met open armen klaar. In Duitsland werden vorige week ook demonstraties georganiseerd met de boodschap: vluchtelingen zijn niet welkom. In Keulen werden Pakistaanse en Syrische mannen aangevallen, mogelijk als repressailes voor de beroving, aanranding en verkrachting van vrouwen tijdens de jaarwisseling.

De komst van vluchtelingen is een voldongen feit. Op 1 oktober hadden 37.000 Syriërs zich ingeschreven in een Nederlandse gemeente, meldde het CBS. Onderzoek van de Britse non-gouvernmentele organisatie The Refugee Council wijst uit dat het integratieproces het meest succesvol is als het begint zodra een vluchteling in het gastland aankomt. De integratie van vluchtelingen verloopt niet altijd vlekkeloos in Nederland. Zo is bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie van vluchtelingen die de afgelopen decennia naar Nederland kwamen relatief laag in vergelijking met die van autochtone Nederlanders: ruim een op de drie vluchtelingen in Nederland heeft een betaalde baan terwijl twee op de drie autochtone Nederlanders betaald werk verricht.

Voor een goede positie op de arbeidsmarkt zijn een goede beheersing van de Nederlandse taal en een (Nederlands) diploma vereist. Veel vluchtelingen hebben een taalachterstand. Voor ouderen is het lastig de Nederlandse taal te leren en een opleiding te volgen, al is het alleen al omdat volwassen vluchtelingen niet altijd Nederlandse les krijgen voordat zij een verblijfsvergunning hebben. Buitenlandse diploma’s worden veelal niet erkend of zijn niet meegenomen op de vlucht, vluchtelingen hebben geen sociaal netwerk en ook discriminatie op de arbeidsmarkt vormt een obstakel.

Een lange wachttijd in opvangcentra tijdens de asielprocedure kan leiden tot isolatie en een verlies van zelfwaarde. In de eerste zes maanden mag iemand die asielaanvraag doet niet werken, en daarna zijn er tijdens de procedure veel restricties verbonden aan werk – zoals een beperkt aantal uren per week. Ook vluchtelingenkinderen komen obstakels tegen. Zo moeten vluchtelingen die nog leerplichtig zijn vaak lang wachten tot zij op een basisschool of middelbare school terecht kunnen.

Vicepremier Asscher stelde vorige week bij Jinek dat er onder ogen gezien moet worden dat er iets niet goed is gegaan met integratie. Voor concrete beleidsveranderingen op landelijk niveau is het een kwestie van wachten.

Een goed voorbeeld van concrete actie is het plan van de Amsterdamse wethouder Kasja Ollongren. Met uitzendbureaus, onderwijsinstellingen en werkgeversorganisaties heeft de gemeente een plan opgesteld om vluchtelingen zo snel mogelijk arbeidskansen en (taal)onderwijs te bieden. Ollongren wil ook dat vluchtelingen eerder mogen beginnen met werken. De gemeente Eindhoven is eveneens een pilot gestart om talentvolle vluchtelingen zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. Beide gemeenten benadrukken het probleem dat er tijdens de asielprocedure niet gewerkt mag worden.

Zelfstandigheid en een eigen leven in het gastland bevordert de kans op terugkeer van vluchtelingen naar hun thuisland zodra de situatie daar veilig is. Zelfstandigheid is de sleutel tot de succesvolle integratie die politici nastreven.

Blijken ‘ze’ niet te integreren, dan moet de logische vervolgvraag zijn: wiens verantwoordelijkheid is dat?

Pimm Westra studeerde mensenrechten en culturele diversiteit aan de University of Essex, en specialiseerde zich in gedwongen migratie, internationaal recht en gender.

Pimm Westra