Creatief met vlees

Onder de titel Who Goes There? publiceerde John W. Campbell in 1938 een novelle over een buitenaards wezen dat mensen te grazen neemt. Dat was in toenmalige pulpromannetjes een populair motief. Wat Campbells verhaal onderscheidde, was de vindingrijke setting. Het ingevroren monster wordt op Antarctica ontdekt door een groep onderzoekers die ten onrechte veronderstellen dat het dood is. Vervolgens vormt het volslagen geïsoleerde onderzoeksstation een mooi claustrofobisch decor voor de strijd tussen mens en alien. In 1951 werd het verhaal verfilmd onder de titel The Thing from Another World. Dat het monster in staat was menselijke dan wel dierlijke gedaantes aan te nemen, lieten de filmmakers buiten beschouwing aangezien de special effects daarin destijds niet voorzagen. Verder waren ze zo verstandig het monster zo lang mogelijk buiten beeld te houden. Dertig jaar later maakte John Carpenter een nieuwe bewerking die minder aan de verbeelding overliet. The Thing (1982) groeide uit tot een klassieker in het horrorgenre.

Anno 2011 is er een derde verfilming van Campbells novelle gemaakt, die we géén remake mogen noemen. Er is veeleer sprake van een prequel van de film uit 1982. Daar werd gesuggereerd dat het monster in een Amerikaans onderzoekskamp arriveerde nadat het dood en verderf had gezaaid in een naburig Noors kamp. De nieuwe film toont die (eerdere) gebeurtenissen. Gevolg is dat er veel Noors wordt gesproken.

Dat deze film pretendeert een prequel te zijn, neemt niet weg dat het verhaal zeer veel gelijkenissen vertoont met de film van Carpenter. Ook bij andere sf-klassiekers is leentjebuur gespeeld. De heldin (Mary Elizabeth Winstead) doet sterk denken aan Ripley uit de Alien-trilogie.

Technische beperkingen bij het weergeven van een muterend monster bestaan tegenwoordig niet meer, en dus hebben de makers zich op dat terrein eens lekker uitgeleefd. De aanpak laat zich samenvatten als ‘creatief met vlees’. Het menselijk lichaam wordt herhaaldelijk van binnen uit opengereten, waarna zich een wirwar aan wriemelende tentakels, ledematen, tanden en poten manifesteert. De kijker krijgt een overdaad aan lillend vlees voorgeschoteld waarin hier en daar een menselijke kop of arm zichtbaar is.

Maar het netto resultaat van al die inspanningen is nogal pover. Het monster oogt niet zozeer angstaanjagend als wel bizar (en soms zelfs een beetje lachwekkend). Op momenten dat de kijker krimpend van angst in zijn stoel zou moeten zakken, overheerst milde verbazing. In het eerste half uur van de film zijn er nog wel een paar spannende momenten, maar de suspense verdampt naarmate het monster zich nadrukkelijker laat gelden.


The Thing is het regiedebuut van Matthijs van Heijningen junior. Die heeft in Nederland in de afgelopen jaren aardig aan de weg getimmerd als maker van (geestige) commercials. Dat hij over visuele flair beschikt, was dus wel duidelijk. De vraag of hij zich ook raad zou weten met een langere spanningsboog moet op basis van deze film met een voorzichtig ‘nee’ worden beantwoord. De makke van The Thing is dat er (veel) te weinig aan de verbeeldingskracht van de toeschouwer wordt overgelaten. Binnen dit genre is dat een ernstige tekortkoming.

The Thing. Regie: Matthijs van Heijningen junior. Vanaf 17 november in de bioscoop.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Erik Spaans