Waarom de Tweede Kamer nog steeds niks van internet snapt

Alsof de wereld de afgelopen 20 jaar heeft stilgestaan wil de meerderheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal een ‘brede discussie’ over het downloadverbod dat ons land (althans volgens staatssecretaris Teeven) sinds een week of wat kent. ‘Wij moeten oppassen dat we niet over 10 jaar wakker worden wat het internet betreft’ bracht PvdA-Kamerlid Astrid Oosenbrug te berde. Wij vrezen dat het erger is: de Kamer zit op dit gebied al 20 jaar te slapen.

Sinds het Europees Gerechtshof oordeelde dat Nederland geen downloadheffing op datadragers (sticks, schijven) mag heffen heeft Nederland volgens het kabinet de facto een verbod op downloaden. Velen vinden dat wel erg door de korte bocht geredeneerd en nu blijkt (eindelijk) ook de Tweede Kamer, zelfs in meerderheid, het daar niet onmiddellijk mee eens. Niet uit principiele gronden overigens maar omdat zo’n downloadverbod in de dagelijkse praktijk niet te handhaven zal zijn, zoals wij in deze kolommen enige tijd geleden al schreven. Dat wordt dus gedogen.

Volgens PvdA-kamerlid Astrid Oosenbrug, die wij nog kennen van haar mallotige Kamervragen over de registratie van e-book-lezers en haar oorverdovende zwijgen toen zij door de minister met een kluitje in het riet werd gestuurd, vindt dat het tijd wordt dat het parlement zich eens gaat buigen over het leven online. Dat vinden wij nu ook. Sterker, dat vinden wij al een jaar of tien. Zeker sedert het jaar 2000 speelt een groot deel van het leven van de Nederlandse burger, en dan met name de jeugd, zich af op de digitale snelweg, om het eens ouderwets uit te drukken.

De ‘brede discussie’ die D66-kamerlid Kees Verhoeven nu wil over het downloaden van muziek, films, spellen en boeken (en die in de verte doet denken aan de Brede Maatschappelijke Discussie uit de jaren ‘80 over kruisraketten en kernenergie) is dan ook anno 2014 eigenlijk al achterhaald. Wij downloaden ons al 20 jaar een ongeluk zonder dat de landsregering daarvoor ooit regels heeft gesteld. Voor het maken van die regels is het nu eigenlijk al te laat, welke inspanningen de Stichting Brein daarvoor ook doet. En ook garanties voor een blijvend vrij internet kan Nederland in zijn eentje niet meer bieden. De meest wijze stap is om dat (helaas) over te laten aan Europa. Eerlijk is eerlijk, Neelie Kroes, is voor de Nederlandse internetgebruiker nuttiger geweest dan het hele vaderlandse parlement.

Zolang de staat van het internet wordt overgelaten aan de ‘backbenchers’ in de Tweede Kamer en dus blijkbaar niet hoog op de politieke agenda staat, heeft het niet erg veel zin om er een achterafdebatje aan te wijden. Pas als het parlement inziet dat het net zoveel aandacht verdient als, pak ‘m beet, onderwijs en verkeer, doet de Kamer het onderwerp recht. Internet is niet alleen niet meer weg te denken uit ons leven, maar een belangrijk onderdeel van de infrastructuur dat ingrijpt in elk onderdeel van ons dagelijks bestaan. Dat besef leeft te weinig bij de Staten-Generaal.

Meer leuke content? Like ons op Facebook