Spring naar de content
bron: merlijn doomernik

Sara Berkeljon: ‘Zonder oprechte interesse moet je niet aan een interview beginnen’

Sara Berkeljon, topinterviewster van de Volkskrant, bundelde twintig van haar beste interviews in het boek De man van nu. Omdat interviewers zelf doorgaans lastig te interviewen zijn, legden we haar zeven vragen voor die ze eerder stelde aan zelfverklaard meesterinterviewer Frénk van der Linden – een van de twintig interviews in het boek.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Nick Muller
Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is dt728x90f.jpg

1. Ben je makkelijk of moeilijk te interviewen?
“Ik ben niet zo makkelijk te interviewen, denk ik. Ik ben een beetje bedachtzaam. De mannen die in het boek staan zijn meestal heel erg uitgesproken, maar dat ben ik zelf niet. Ik heb ook geen groot verhaal over mijn leven waardoor je meteen een spannend interview zou krijgen. Ik heb geen jeugdtrauma’s of een vader met een oorlogsverleden of iets in die trant.”

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Heeft het er iets mee te maken dat je een vrouw bent dat je moeilijk te interviewen bent? Je schrijft zelf dat je interviews met mannen beter zijn, omdat mannen minder neiging tot zelfrelativering hebben.
“Nou, dat vind ik een beetje kort door de bocht, maar het is inderdaad zo dat mannen over het algemeen iets uitgesprokener zijn en daardoor makkelijker te interviewen. In het stuk dat ik een paar weken geleden voor de Volkskrant schreef, concludeer ik ook dat veruit de meeste interviews die ik heb gemaakt met mannen zijn en dat de interviews met mannen beter waren dan interviews met vrouwen. Hoe dat kan? Het clichébeeld dat mannen ijdeler zijn en zichzelf vaker op de borst kloppen, klopt grofweg. Een opschepperige man heeft nog wel iets grappigs, maar een vrouw met dezelfde eigenschap wekt alleen maar negatieve gevoelens op.”

2. Welke vraag zou je aan jezelf stellen?
“O, Jezus, dat vind ik zo’n moeilijke vraag. Zou jij dat weten bij jezelf? Misschien zou ik aan mezelf vragen: ben je niet te vaak voor de veilige weg gegaan? Het antwoord zou dan ‘ja’ zijn. Ik zou best correspondent in de Verenigde Staten willen worden, maar tegelijkertijd weet ik dat ik dat nooit zou doen, omdat ik dicht in de buurt van mijn familie en vrienden wil blijven. Ik blijf lekker zitten waar ik zit. Ik weet niet of ik het jammer vind dat ik niet zo avontuurlijk ben, want als ik het echt jammer had gevonden, dan was ik wel gegaan. Daarbij is dat interviewen ook weer niet een heel veilige weg. Dat is elke keer weer spannend. Ik zou het mezelf wel moeilijker kunnen maken in mijn werk. Ik zou bijvoorbeeld politici kunnen gaan doorzagen, maar daar heb ik op dit moment te weinig tijd voor. Door mijn werk als chef Leven & Media bij V heb ik geen tijd om drie weken voorbereiding in een interview te stoppen, wat ik wel nodig vind als je een politicus interviewt, want dan wil ik echt alles weten.”

Wat is het belangrijkste dat je door te interviewen over jezelf hebt geleerd?
“Dat is niet per se een concrete les, maar je merkt dat de onderwerpen waarover je vragen stelt afhankelijk zijn van de levensfase waarin je verkeert. Als je nog geen relatie hebt, vraag je dingen als: ‘Goh, hoe heb je je vrouw ontmoet en hoe wist je dat zij de ware was?’ Later gingen de vragen vaker over ouderschap of over de relatie met je ouders. Je vraagt iets omdat je iets over jezelf wilt leren. Het eerste interview dat ik na het overlijden van mijn vader deed, was met Jelle Brandt Corstius. Hij had net een boek geschreven over zíjn overleden vader. Je zoekt zo’n onderwerp dan op omdat je het fijn vindt om met iemand over je eigen verlies te praten, zonder dat je het erover hebt. We hebben het in dat gesprek helemaal niet over mijn vader gehad, Jelle wist helemaal niet dat die van mij een paar weken daarvoor was overleden, maar ik vond het wel troostrijk om het met hem over zijn vader te hebben. Zulke persoonlijke gebeurtenissen hebben natuurlijk ook wel invloed op het uiteindelijke stuk, maar die invloed is subtiel.”

3. Wie vind je op dit moment de beste interviewer van Nederland?
“Oeh, dat vind ik een lastige vraag. Toen ik Frénk deze vraag stelde, kwam hij met een interviewer waar ik nog nooit van had gehoord. Het lastige bij deze vraag is dat ik bij mijn eigen Volkskrant-collega’s uit kom: Antoinnette Scheulderman, Evelien van Veen, Nathalie Huigsloot. Ik vind niet een van hen de beste, maar als ik al een voorkeur zou hebben, dan zou ik het ook niet zeggen, omdat ik ze persoonlijk ken. Coen Verbraak vind ik ook erg goed, maar de beste? Ik weet het niet.”

Sta je zelf in de top drie van beste interviewers?
“Van de geschreven interviews? Wel in de top vijf, denk ik. Ik weet het niet. Ik vind het op zich ook geen super interessante vraag, of ik tot de drie beste interviewers van Nederland behoor. Wat maakt het uit.”

Tekst gaat onder de foto verder.

Sara Berkeljon
bron: merlijn doomernik

4. Is je grootste drijfveer bij het interviewen de interesse in andere of eigen scoringsdrang?
“Allebei. Zonder oprechte interesse moet je niet aan een interview beginnen. Je moet zin hebben om je te verdiepen in iemand. Ik wil altijd precies weten hoe iets zit. Als ik iets niet snap, ga ik tijdens het gesprek net zo lang door tot ik het wel snap. Dat is oprechte nieuwsgierigheid. Tegelijkertijd ben je natuurlijk met je stuk bezig. Je maakt een interview omdat je wilt dat andere mensen jouw stuk lezen en omdat je ook wilt dat jij degene bent die het beste interview met die persoon tot dan toe maakt.”

Wat is de gouden tip?
“Bereid je goed voor. Ik bel bijvoorbeeld altijd wel met wat mensen uit de directe omgeving van de persoon die ik ga interviewen. Als je niet belt, ben je aangewezen tot wat journalisten voor jou hebben uitgezocht, en ben je afhankelijk van hoe goed de eerdere interviews met die persoon waren. Heel vaak zijn die gesprekken niet zo zinnig omdat de mensen die je spreekt heel voorzichtig zijn, maar soms zijn ze ook nuttig en haal je er wat uit waarvan je denkt: dat heb ik niet in de knipselmap gevonden.”

Wanneer had je dat?

“Bijvoorbeeld voor mijn interview met Rob Wijnberg. Ik belde met zijn vader en die vertelde me dat Rob altijd een fascinatie voor wasmachines heeft gehad. Als klein jongetje zat hij altijd al voor een speelgoedwasmachinetje en ook nu is hij nog steeds dol op wasmachines en alles wat ermee te maken heeft. Dat vond ik grappig. Ik wist ook meteen dat ik dat ging gebruiken in het stuk.”

Gaat je eigen scoringsdrang weleens ten koste van een geïnterviewde?
“Nou, het is niet per se de scoringsdrang die tegen het belang van de geïnterviewde in gaat, je probeert gewoon je werk als journalist zo goed mogelijk te doen. Anders kun je die persoon net zo goed zelf het stuk laten schrijven. Natuurlijk hoop je iemand te verleiden om dingen te zeggen die hij of zij niet per se hadden voorbereid of die hij of zij liever niet had willen vertellen. Dat is ook een deel van het spel. Ik ben in die zin ook wel voor rede vatbaar. Als iemand vraagt: het is wel heel pijnlijk wat ik zei over mijn moeder, mag dat er misschien uit, dan ben ik bereid daarover na te denken. Maar als het een essentieel stuk van het interviews, dan niet.”

Mijn interview met Nick & Simon is mislukt.

Zijn er mensen die om die reden niet meer met je willen praten?
“Ja, er is wel iemand met wie ik na afloop ontzettende ruzie kreeg, bijna tot schreeuwens toe. Ik zeg alleen niet wie, want ik heb geen zin in gezeik. Ik had een interview gedaan, de tekst ter autorisatie opgestuurd, en ik kreeg een compleet herschreven tekst terug. Daarbij kon ik ook niet zien wát hij precies had gewijzigd, dus ik weigerde om dat zo over te nemen. Ik mailde hem: je moet zeggen wat niet klopt en dat pas ik aan. Hij werd woedend, ging schreeuwen en dreigen met een kort geding. Het was vrij intimiderend. Ik denk niet dat hij nog met mij wil praten, maar ik ook niet meer met hem, want dat was een hele vervelende, langdurige autorisatie-affaire.”

5. Wat zie je als je grootste mislukking?
“Mijn interview met Nick & Simon is mislukt. Er werd niks gezegd wat ze nog niet eerder hadden gezegd en het was allemaal erg saai en braaf. Dat lag niet alleen aan hen, dat lag ook aan mij. Ik interviewde ze apart van elkaar in een zaaltje bij de studio van DWDD. Ik had drie kwartier per persoon de tijd. Als je het echt goed wilt doen, moet je zeggen: ik wil minstens drie uur met Nick en drie uur met Simon, anders moet je het eigenlijk gewoon niet doen. Dat had ik zelf misschien wat onderschat. Ik dacht: dat lukt me wel, maar je hebt twee doorgewinterde artiesten voor je zitten die honderdduizend interviews hebben gegeven, dus ze weten precies wat ze kwijt willen en wat niet en wijken daar ook niet van af.”

6. Je verdient je geld grotendeels als chef Leven en Media bij V. Hoeveel verdien je daarmee en hoeveel verdien je met je interviews?
“O, maar ik ben in loondienst bij de Volkskrant, dus dat gaat allemaal op een hoop.”

Hoeveel verdien je dan in totaal?
“Wil je dat echt opschrijven? Ik weet het niet. Dan weten al m’n collega’s dat ook weer. Ik verdien in ieder geval niet zoveel als Frénk van der Linden. (Die antwoordde op deze vraag: twee ton, red.) Het is daarmee vergeleken heel schamel wat ik verdien, maar dat vind ik ook helemaal niet erg.”

Maak je over tien jaar nog interviews?
“Ik denk het wel. Het wordt gewoon nooit saai en ik denk dat je als interviewer ook steeds beter wordt. Voor het boek las ik het allereerste interview terug dat ik in 2011 maakte voor de Volkskrant, met Willie Wartaal. Ik vond het niet slecht, maar ik denk wel dat ik beter ben geworden. Je hebt in die tien jaar meer levenservaring opgedaan, dus je kunt je wat beter verplaatsen in mensen en wat ze hebben meegemaakt. Je wordt ook serieuzer genomen. Het is wel een verschil of je als vrouw van 28 tegenover iemand zit of als vrouw van 38.”

Wie staat er bovenaan jouw wensenlijstje?
“Ik zou wel een keer een goed portretterend interview met Mark Rutte willen maken. Dan wil ik wel vier keer vier uur met hem praten, gewoon om te kijken of ik er doorheen kan komen. Ik vind het fascinerend hoe hij altijd zo monter en positief kan blijven, maar ook dat hij voor zover bekend een leven leidt zonder liefdesrelaties, vind ik heel interessant. Hij gaat daar natuurlijk nooit over uit de school klappen, maar als hij zegt: kom maar langs, je krijgt zoveel tijd als je wilt, dan komt er onvermijdelijk een moment waarop hij zijn masker laat zakken.”

Bijna alle vrouwelijke interviewers hadden na interviews ongepaste berichtjes gekregen van mannen die ze hebben geïnterviewd.

7. Wat vond je ervan?
“Ik vond het leuk. Waar je nog niet naar gevraagd hebt, is wat ik in mijn stuk voor de Volkskrant recentelijk signaleerde: dat vrouwelijke interviewers best vaak anders worden benaderd omdat ze vrouwen zijn. Ik heb voor dat verhaal een heleboel interviewers gesproken, en bijna alle vrouwelijke interviewers hadden na interviews ongepaste berichtjes gekregen van mannen die ze hebben geïnterviewd.

Hoe komt dat?
“In een interview moet je ervoor zorgen dat je binnen heel korte tijd een soort band opbouwt met iemand. Degene die je interviewt moet je vertrouwen en leuk vinden, want dan gaat-ie je meer vertellen. Maar op het moment dat je je heel belangstellend opstelt tegenover zo’n man, wordt die professionele aandacht soms verward met een ander soort interesse. Dat geldt zeker niet voor alle mannen, maar het komt regelmatig voor. Ik ben zelf jaren geleden tegen mijn zin in gezoend door een geïnterviewde. Ik had daar in al die jaren niet meer aan gedacht, maar toen ik het met andere vrouwelijke interviewers over dit onderwerp had, kwam het weer boven. Ik kreeg naar aanleiding van dit stuk ook allerlei mailtjes van collega’s die ook weleens een oneerbaar voorstel hebben gekregen.”

Frénk van der Linden – daar hebben we hem weer – zei in dat stuk dat hij weleens flirt met zijn interviewkandidaten. Hij vertelt bijvoorbeeld hoe hij zijn hand zag verdwijnen in de jurk van Neelie Kroes. Flirt jij tijdens interviews of ben je daar voorzichtig mee?
“Het ligt eraan wat je onder flirten verstaat. Natuurlijk probeer je aardig te zijn tegen de man  of vrouw die tegenover je zit, maar ik heb nooit bewust geflirt tijdens interviews. Dat vind ik ook te ver gaan. Frénk zegt in dat stuk dat er een wederzijdse spanning was tijdens het gesprek. Hij heeft in zijn interview ook beschreven hoe hij met zijn hand over haar rug glijdt, langs haar bh-bandje, om op haar verzoek het labeltje in de jurk te bekijken. Dat heeft natuurlijk ook wel iets grappigs. Ik zou dat alleen zelf nooit hebben gedaan, bij een man achter in zijn broek kijken naar het labeltje van de ontwerper, maar dat heeft er misschien ook wel weer mee te maken dat ik een vrouw ben.”

De man van nu
Sara Berkeljon
Uitgeverij Pluim
€21,99

Word lid van HP/De Tijd