Spring naar de content
bron: anp

De anti-daglichtstrategie van de transbeweging

De transbeweging opereert zoveel mogelijk in het duister omdat zij wéét dat haar agenda het daglicht niet kan velen, schrijft Jan Kuitenbrouwer. Hij verbaast zich erover dat er geen verhit debat wordt gevoerd over de aanstaande Transgenderwet. “Welke partij heeft de moed dit zwijgcomplot te doorbreken?”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

Dat ik na mijn column van vorige week zelf het mikpunt zou worden van het soort haattaal die ik in dat stukje beschreef, was te verwachten. Het viel eigenlijk nog mee. Uiteraard waren er beschuldigingen van ‘transfobie’, van het aanzetten tot zelfmoord van jongeren met gendertwijfel, die je niet kritisch mag bevragen omdat zij anders suïcidaal worden. (Een claim die gebaseerd is op een onderzoek waar volgens reviewers weinig van klopt.)

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Dat een transman een man en een transvrouw een vrouw is, punt uit, is inmiddels voor verbazend veel mensen een uitgemaakte zaak. Een elementair biologisch gegeven werd op een of andere manier ongeldig verklaard, en schijnbaar verstandige mensen die je op een ander moment haarfijn kunnen uitleggen dat graancirkels mensenwerk zijn, de aarde rond is en kinderen niet uit de boerenkool komen, hebben voor dit nieuwe bijgeloof een plekje vrij gemaakt in hun bovenkamer.

Naar verluidt zijn in de Tweede Kamer op dit moment alleen de SGP en Forum voor Democratie tegen herziening van de Transgenderwet, alle andere partijen lijken ‘om’. Als dat zo blijft mag je in Nederland over niet al te lange tijd helemaal zelf bepalen met welk geslacht je in de burgerlijke stand staat. Laat een man zich registreren als vrouw, dan wordt het strafbaar om hem de toegang tot een vrouwengevangenis, vrouwensauna, vrouwensportclub of Blijf Van Mijn Huis te ontzeggen. Kinderen kunnen zonder consult of therapie van gender veranderen, of zij nu werkelijk ‘trans’ zijn of niet.

De schattingen van hoeveel mensen zichzelf als transgender beschouwen lopen uiteen, maar ook de ruimste tellingen komen zelden boven de 1 procent uit, diverse overheden rekenen met om en nabij een half procent

De schattingen van hoeveel mensen zichzelf als transgender beschouwen lopen uiteen, maar ook de ruimste tellingen komen zelden boven de 1 procent uit, diverse overheden rekenen met om en nabij een half procent. Hoe is het mogelijk dat een zó kleine minderheid een wetswijziging voor elkaar weet te krijgen die aanzienlijk grotere minderheden voor serieuze problemen stelt en die gebaseerd is op een idee – biologisch geslacht is achterhaald – dat door negen van de tien Nederlanders als krankjorum wordt beschouwd?

Hoe komt het dat sceptici en tegenstanders van deze wetswijziging nauwelijks gehoord worden? Dat er überhaupt vrijwel geen discussie over is, laat staan de verhitte discussie die we kennen van andere medisch-ethische vraagstukken, zoals abortus, euthanasie, voltooid leven, et cetera? Waarom is het zo oorverdovend stil?

Die vraag probeert Joanna Williams te beantwoorden in The Corrosive Impact Of Transgender Ideology, een onderzoek naar de oorsprong van de transgenderhausse. Het is fascinerende lectuur, een minutieuze ontrafeling van hoe de transbeweging twintig jaar werkte aan een campagne met het einddoel dat nu, ook in Nederland, in zicht komt: genderzelfregistratie. 

Van een aanduiding voor een kleine groep individuen die ongelukkig zijn met hun geboortegeslacht, veranderde ‘transgender’ in de ideologie van het transgenderisme, die stelt dat gender louter een geestelijke zaak is, los van biologie en anatomie. De indeling man-vrouw is arbitrair en repressief en de ‘transgender’ doorbreekt die tweedeling door zelf te kiezen wat hij/zij wil zijn. Een transpersoon is niet een quasi-man of -vrouw, zoals vroeger gedacht werd, want biologie doet er niet meer toe. De meeste van deze ideologische transgenders zijn mannen die zichzelf ‘vrouw’ noemen, maar vaak geen werk maken van een echte transitie. Vroeger heette zo iemand een travestiet, maar die spélen dat zij vrouw zijn, de nieuwe ideologische transvrouw vindt dat hij een zij ís. ‘Een transvrouw ís een vrouw’, dat is de mantra. Wie daaraan twijfelt is ‘transfoob’. ‘Transfobie’ is nu een vorm van verboden discriminatie en wordt door veel overheden ook als zodanig gehandhaafd. (Engelse vrouwen die de woordenboekdefinitie van ‘vrouw’ op Twitter plaatsten kregen huisbezoek van de politie. De uiting van trans-scepsis is ook genoeg om van Facebook te worden gegooid.) Een man die heeft besloten dat hij een vrouw is aanspreken als man (‘misgendering’) is ‘een daad van geweld‘. Discussie en kritiek worden gelijk gesteld aan het ‘ontkennen van iemands bestaansrecht’. Kritiek op dit nieuwe transgenderisme wordt geframed als ‘haat’ jegens alle transgenders, inclusief de échte, mensen die lijden aan genderdysforie, een diepe, duurzame onvrede met het lichaam waarin zij geboren zijn. Het wonderlijke is wel dat ook veel echte transmannen en -vrouwen zich tegen goedkoop, modieus transgenderisme verzetten, omdat het hun strijd en hun pijn trivialiseert.

Transgenderisme is vintage identiteitspolitiek, die geen dialoog, geen discussie en geen debat duldt. Waarbij de eisen van een ‘gemarginaliseerde groep’ per definitie moeten worden gehonoreerd, want met tegenspraak breng je die groep alleen nog maar méér schade toe. Het is verbazend hoe makkelijk mensen meegaan in deze antidemocratische ideologie, of zich er in elk geval aan conformeren.

Dit is vintage identiteitspolitiek, die geen dialoog, geen discussie en geen debat duldt, en waarbij de eisen van een ‘gemarginaliseerde groep’ per definitie moeten worden gehonoreerd, want met tegenspraak breng je die groep alleen maar méér schade toe

Dat de media dit onderwerp verwaarlozen is onder andere omdat transactivisten weigeren om met transcritici in debat te gaan. Als een nieuwsmedium alleen een criticus aan het woord laat volgt direct een beschuldiging van ‘transfobie’ en een oproep tot canceling. Veel nieuwsmedia lopen dat risico liever niet, dus het onderwerp wordt geschrapt.

En wat blijkt? Dat is precies de bedoeling! Het is een bewuste strategie van de transbeweging om persaandacht voor genderzelfregistratie te vermijden, beschrijft Williams. Er dient zo min mogelijk ruchtbaarheid aan de translobby te worden gegeven, want als het brede publiek lucht krijgt van wat zelfregistratie impliceert, zal dat verzet oproepen. In een rapport over transrechten adviseert advocatenkantoor Dentons de transbeweging om ‘overmatige persberichtgeving te vermijden. Velen geloven dat publiekscampagnes juist belemmerend werken, daar een groot deel van het algemene publiek niet goed geïnformeerd is over transkwesties, en daardoor misverstanden kunnen ontstaan.’

Vervang ‘niet goed geïnformeerd’ door ‘sceptisch’ en ‘misverstanden’ door ‘weerstanden’ en het advies is duidelijk: trek geen vuur, vlieg onder de radar. In Noorwegen en Ierland werd deze strategie al met succes toegepast, schrijft het rapport. In Nederland inmiddels ook, te oordelen naar de mediastilte. Enfin, tot nu toe.

De transbeweging opereert zoveel mogelijk in het duister omdat zij wéét dat haar agenda het daglicht niet kan velen. Buiten de openbaarheid om belobbyen zij decision makers, die hun bedenkingen inslikken uit angst voor imagoschade en hopen dat het stil blijft tot de teerling is geworpen. En zij, als hun wanprestatie alsnog aan het licht komt, naar elkaar kunnen wijzen.

Welke partij heeft de moed dit zwijgcomplot te doorbreken?