Imagine Pokémon in the real world

In de laatste dagen van het jaar blikt schrijver Gerjon Gijsbers (1983) op droogkomische wijze terug op het afgelopen jaar. Vandaag: de waan van de dag.

Ja, nou, het was natuurlijk een bewogen jaar,’ kondigde Halina Reijn in De Wereld Wordt Gek het eerder beschreven fragment van carpool karaoke aan, ‘dat hebben we inmiddels vastgesteld, en waarin we een enorme behoefte hebben, denk ik inderdaad, aan broederliefde en gezamenlijkheid, maar ook wel een beetje, ik althans, hè, met al het lijden en alles wat zich heeft afgespeeld, aan een beetje ontsnapping, aan een beetje humor, aan een beetje warmte.’
Halina meid, dacht ik bij mezelf, een waarheid als een spijker die je tussen de horens van een koe slaat. Ja, nou, alle ellende en het zich voortdurend afspelen van alles, dat ging me niet in de koude kleren zitten en ik was eveneens op zoek naar ontsnapping, humor, warmte. Van alles een beetje uiteraard, want ik weet van mezelf hoe verslavingsgevoelig ik ben en voor je het doorhebt is het hek van de dam, weet je van gekkigheid niet meer welke vluchtroute je moet nemen en ben je dagenlang achtereen aan het dijenkletsen met de gordijnen gesloten en de thermostaat op 38 graden.

Wie weg wil uit de realiteit kan onder meer naar de alcohol en andere verdovende middelen grijpen, maar gezonder is het om gewoon als ieder normaal mens op te gaan in de waan van de dag door afleiding en ontspanning te zoeken in leuke bezigheden, zoals applaudisseren in een televisieshow, lachen om hilarische filmpjes of een flesje water omhoog gooien en kijken hoe het ergens anders terechtkomt. Vroeger hobbelde ik altijd als een pasgeboren hondje achter hypes aan, waardoor deze vaak al overgewaaid waren eer ik eraan begon. Ik hoorde Nevermind van Nirvana pas voor het eerst toen de grijze massa van Kurt Cobain al lang van de muur geschraapt was, zodat mijn ouders maar weinig begrip konden opbrengen voor mijn woede. Ik kon voor niemand een vriendschapsbandje van loom-elastiekjes knopen omdat iedereen er al een had. Aan de mannequin challenge kom ik door een kleine afwijking in het centrale zenuwstelsel niet eens toe.

Onpeilbaar was dan ook mijn vreugde toen Niantic een hype lanceerde waar ik direct in kon duiken: Pokémon GO.

Op de middelbare school heb ik menig uur gespijbeld om de tekenfilmserie te volgen. Vooral de biologielessen over het ontbreken van blauwe bloedlichaampjes in het menselijk lijf konden me gestolen worden. Jaren later, toen ik bij het aanvragen van een nieuw DigiD-wachtwoord om mijn studiefinanciering stop te kunnen zetten per ongeluk op een verkeerde link klikte, zag ik nog een deel van een episode die nooit op televisie vertoond was, met echte mensen van vlees en bloed erin. Het personage Misty was omgedoopt tot Fisty, die samen met Dickachu en de spleetogige Cock op pad moest door het donkere bos, waar ze werden aangevallen door een roedel Lickitungs, langs de vochtige vijver met Squirtles en via de vallei met de verschrikkelijke Vibrava, om jacht te maken op een zeldzame Pokémon die zonder hulp van Google Maps de G-spot kon vinden of zo. Ik heb het verhaal niet goed meegekregen omdat ik de video vanzelfsprekend zo snel mogelijk weer weg klikte. Op een gegeven moment word je toch te oud voor die onzin. Dacht ik.

Dit jaar keerde het fenomeen terug. Imagine Pokémon in the real world. Gotta catch ‘em all! Dit ging groot worden. Jezus, The Beatles, Pokémon GO. Jong en oud speelde het, ik kon me zonder schaamte in de menigte mengen. Ik trok een petje over mijn kop als een heuse Pokémonmeester, ritste mijn jack dicht en nam de eerste de beste trein naar Den Haag en van daaruit de bus naar Kijkduin omdat ik vernomen had dat daar veel te vangen was. Het was er een drukte van belang. Eerst bezocht ik er Strandtent 14. Op een lege maag kun je immers niet jagen. Ik bestelde er een Club 14 – kip van Tante Door met gekarameliseerde uien en koolsla – en werkte tijdens het eten een strategie uit. Daarna rekende ik af, stapte naar buiten, brulde een paar keer: ‘Er zit een Blastoise op het Binnenhof te schijten!’ en alras had ik het rijk alleen. Niet veel later stuitte ik op een Hypno die tegen een populier stond te pissen. Toen hij mij opmerkte haalde hij een touwtje tevoorschijn, dat de klootzak vast ergens uit een brievenbus getrokken had, en zwaaide het heen en weer voor mijn ogen. ‘Je hebt steeds minder zin om wakker te zijn,’ zei hij bezwerend, ‘je hebt steeds minder, minder, minder… zin om… wakker… te zijn.’
Met mijn laatste krachten smeet ik mijn smartphone naar zijn smoel, maar miste doel en raakte slechts een populier. De Hypno verdween in het struikgewas en ik keerde teleurgesteld huiswaarts met het schermpje van mijn Samsung Galaxy S5 mini aan diggelen. Het toestel bracht ik naar het Turkse winkeltje om de hoek, waar ze naast de verkoop van toiletpapier en verschillende soorten thee ook telefoons repareren. Een bevriende Pokémonmeester vertelde me dat ik eerst een app had moeten downloaden om het spel te kunnen spelen. Op de vraag waar die Hypno in Kijkduin dan vandaan kwam, daar had hij geen antwoord op.

Beeld: Flickr/Shannon