Spring naar de content
bron: peter hilz/hh

Een premier zonder elan: waar is Klaas Dijkhoff als je hem écht nodig hebt?

Ton F. van Dijk bekeek voor HP/De Tijd het grote coronadebat. Gespannen als iedereen in dit land hoopte hij op antwoorden. Hoe moet het verder nu ons land wordt geregeerd door code zwart? Hij zag een Kamer die zich door de eigen voorzitter liet kortwieken. Een debat dat vooral leek op een geformateerd toneelstuk. En een premier die alle elan kwijt is. Maar wie gaat Mark Rutte vertellen dat zijn tijd erop zit? Oftewel: waar is Klaas Dijkhoff als je hem écht nodig nodig hebt?
 

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ton F. van Dijk

Het grote coronadebat van afgelopen woensdag was in vele opzichten een deceptie. Het land verkeert in een immense crisis, een zorginfarct domineert de talkshows en code zwart dreigt nietsontziend toe te slaan. Alle ogen van het volk waren daarom gericht op onze politieke leiders, die kritisch zouden worden bevraagd door gekozen vertegenwoordigers in de Tweede Kamer. Er staat immers wat op het spel.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Burgers worden in hun existentie geraakt door de crisis én door de maatregelen die de politiek neemt om die crisis te bezweren. Ze willen – gekluisterd aan de buis – graag begrijpen waarom hun bestaan op het spel wordt gezet voor zeshonderd patiënten op de Intensive Care. Ze willen weten waarom de vaccinaties niet de gedroomde way out blijken en waarom we onderaan het ‘boosterlijstje’ bungelen met mogelijk verpleeghuisdoden tot gevolg. Waarom doet België het zoveel beter, vroeg senior Kamerlid Pieter Omtzigt zich af.

Vragen, vragen en nog eens vragen.

En dus zaten we aan het eind van de middag gespannen voor de buis voor het begin van het ‘grote’ coronadebat. Ook dit keer met de vaste hoofdrolspelers premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge. Twee bewindslieden die voor een zware taak staan. En waarvan tenminste één op zoek is naar nieuw ‘elan’ en de andere de coronacrisis ‘voor geen goud had willen missen’. Al leek hij daar nu anders over te denken.

Van het door Mark Rutte gewenste nieuwe elan bleek tijdens het grote debat weinig tot niets. Rutte was de Rutte die we al zo’n tien jaar kennen, maar dan de in het afgelopen decennium door z’n eigen politieke evolutie gedegenereerde vorm. 

Rutte is na ruim tien jaar het beste voorbeeld geworden van een man die niet door heeft dat zijn tijd erop zit

Was de behendige en retorisch sterke Mark ooit een verademing als opvolger van de onhandige en steile voorganger Balkenende, Rutte is na ruim tien jaar het beste voorbeeld geworden van een man die niet door heeft dat zijn tijd erop zit.

Verveeld, geirriteerd, soms zelf arrogant, antwoordt hij op vragen van Kamerleden. Hij weet dat hij overal mee wegkomt omdat de controleurs van de macht met negentien fracties totaal versplinterd zijn en nauwelijks een vuist kunnen maken. 

Ze werden daarbij dit keer ‘geholpen’ door Kamervoorzitter Vera Bergkamp, die de parlementaire controletaak sterk had ‘geformateerd’ door onze gefragmenteerde volksvertegenwoordiging slechts een beperkt aantal vragen toe te staan.

Gevolg: het debat werd een toneelstukje waarbij premier Rutte niet verder dan twee antwoorden vooruit hoefde te kijken om onder de druk van de door hun eigen voorzitter gehandicapte Kamerleden uit te komen. Fleur Agema protesteerde nog. Sylvana Simons deed hetzelfde. Maar het mocht niet baten. Een vraag- en antwoordspel was het gevolg. Van een écht debat was geen sprake.

Een man zonder gezin, leidt een land vol vaders en moeders zonder zich indringend af te vragen of hij nog wel de juiste antwoorden heeft

Zo werd het wel een heel makkelijke avond voor de premier. Mark Rutte lijkt zo’n debat primair te zien als een woordspelletje dat hij graag wil winnen. In plaats van een verantwoordingsmoment, waarop tot achter de komma wordt besproken, waarom we als land zijn waar we zijn.

Na drie kabinetten Rutte, vele vergeten herinneringen en recent zelfs een motie van afkeuring van dezelfde Kamerleden (Kaag: ‘Hier scheiden onze wegen’ en Segers: ‘Niet meer verder met deze premier’) die hem nu aan zijn vierde kabinet gaan helpen, weet Rutte niet beter dan dat hij dé premier is. En hij vaart op een kompas, dat steeds verveelder naar de toekomst leidt. Van enig elan is al lang geen sprake meer.

Het premierschap is de baan die Rutte toekomt, nee, het is zijn leven. Een bijzondere situatie is het gevolg: een man zonder gezin, leidt een land vol vaders en moeders zonder zich indringend af te vragen of hij nog wel de juiste antwoorden heeft. 

Het is niet heel moeilijk voor te stellen hoe Rutte van het premierschap een leefstijl heeft gemaakt. Een dienstauto brengt hem al tien jaar lang naar iedere gewenste bestemming, zijn eten en drinken wordt hem tijdens de vele lunch- en dinervergaderingen steeds weer voorgezet én een van rijkswege verstrekte staf ontzorgt hem voortdurend op alle denkbare vlakken. Reisjes naar het buitenland maakt hij met het regeringsvliegtuig, de mensen die hij daar spreekt zijn de leiders van andere landen. Vakantie betekent uitwaaien bij Jort op Terschelling in het door hem bewoonde paleis van de eenzaamheid aldaar.

De VVD-fractie is na ruim tien jaar Rutte iedere slagkracht verloren en wordt geleid door politieke fans als Sophie Hermans, waarvan iedereen begrijpt dat die de premier niet gaat wijzen op het feit dat hij ruim over de datum is. 

Hoe kan een politicus, welke dan ook, in zo’n situatie voeling houden met échte mensen in de echte wereld, die hij al lang achter zich gelaten heeft? Een wereld waarin gewone burgers hun eigen eten koken, zorgen hebben over de toekomst van hun kinderen en de energierekening die verdubbelt. Voor Rutte zijn dit zaken die hij weliswaar herkent, maar dan uit de koopkrachtplaatjes, die hem door ijverige ambtenaren worden gepresenteerd als bewijs dat het zo slecht niet gaat.

In Ruttes wereld overheersen theoretische modellen en behoort het ongekend onrecht dat burgers ten deel valt tot de nevenschade die politiek nu eenmaal met zich meebrengt, zo lijkt het.

De langstzittende premier oogt gehospitaliseerd. Hij is de macht. Hij weet niet beter dan dat je een Kamerdebat alleen maar hoeft te ‘overleven’ en dan overal mee wegkomt. En zo gedraagt hij zich ook. 

Terwijl op straat en in de media (onlangs zelfs in een hoofdredactioneel commentaar van NRC) steeds vaker wordt geconcludeerd dat Ruttes houdbaarheidsdatum is verstreken, is er niemand in zijn partij, die hem dit indringend kan vertellen op een wijze dat het beklijft, zoals oud-VVD-leider Frits Bolkestein ooit met succes opstond tegen zijn voorgangers Ed Nijpels en Joris Voorhoeve.

De VVD-fractie is in dat opzicht na ruim tien jaar Rutte iedere slagkracht verloren en wordt geleid door politieke fans als Sophie Hermans, waarvan iedereen begrijpt dat die de premier niet gaat wijzen op het feit dat hij ruim over de datum is. 

Er is één man die dat wél had gekund. Hij is nu consultant in Breda en commissaris bij een Eindhovense voetbalclub. Zijn naam is Klaas Dijkhoff. Soms weet je pas wat je mist als je het niet meer hebt.