Spring naar de content
bron: ANP

Don Arturo: mag ik in godsnaam een maand vrij van het Twitter-riool?

In Andalusië zijn nog gebieden waar mobiele netwerken geen dekking hebben, zo merkte ik van de week.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Eerst schrok ik me wezenloos want ik kon niet op Twitter terwijl er talloze kwesties waren waarop ik geestig moest reaguren: dat gedonder met Iran, het wereldkampioenschap damesvoetbal, de banencarroussel in Brussel, de Copa America, de aanhouding van vetklep Michel Platini en de corruptie rond de toewijzing van het WK aan het islamofascistische Qatar, het dwangmatig vreemdgaan van Humberto ‘wakaman’ Twan, de nieuwe l.p. Van Dotan, de totaal mislukte talkshow van Art – scheer je wenkbrauwen toch eens flapdrol – Rooijakkers, Koning Willem-Alexander die zich verkleed had als Zwarte Piet, de huilkamer voor studentjes van de Radboud Universiteit en last but not least: de totale teloorgang van GroenLinks.

Op al deze brandende kwesties kon ik ruim een half uur niet reageren en ik raakte in paniek. Mijn mattie Ivo riep: Jezus man, niet doodgaan nu! En vooral niet mijn peperdure Volvo onderkotsen!

Ivo vreesde dat ik ging bezwijken aan een deliriumtremensale kater des doods.

Op al deze brandende kwesties kon ik ruim een half uur niet reageren en ik raakte in paniek.

Nou hadden we het een week lang behoorlijk bont gemaakt tijdens de research voor onze bestseller Costa del Coke maar ik voelde me niet veel beroerder dan na een middelmatig middagje stappen in Albufeira, Olhão of Fuseta. Ik was gewoon aan het afkicken van Twitter! Midden in de fucking Parque de puta natural de la Sierra de Grazalema!

Tijdens de eerste tien minuten van de genadeloze cold turkey keek ik naar de B-film van mijn leven: mijn verwekking, de couveuse, al die keren dat ik als broodmager roodharig jongetje in elkaar werd gerost op het schoolplein, mijn eerste gedwongen doch achteraf bezien positieve ervaringen met seks in de kleedkamer van chr. Voetbalvereniging DTS’35, mijn vlucht in drank en drugs en pisbakken op 11-jarige leeftijd und so weiter. Precies op het moment dat ik huilend naar mijn eigen begrafenis keek, herpakte ik mijzelf.

Gelukkig had ik de auto van Ivo niet ondergebraakt. Wel had ik een nat windje in mijn bermuda laten ontsnappen maar je moest de suède bekleding van mijn stoel echt heel goed onderzoeken om het remspoortje te kunnen zien.

En toen overviel mij een weldadig gevoel van rust. Noem het voor mijn part zen. Al die hierboven genoemde kutzooi waarover ik dwangmatig wilde twitteren, daar in the middle of nowhere, kon mij plots gestolen worden.

Ik moest ineens aan mama in het hospice denken. Die kon zich net als ik heel erg druk maken over het wereldleed maar dan op microniveau. Altijd haar mening klaar, altijd reageren op het nieuws in de Edesche Post en de waan van de dag fileren: ik heb het niet van een vreemde.

Ik zag de groene weiden waar de eenhoorns vredig grazen en waar geen Twitter is, noch Facebook noch Hyves

Ik wil niet zeggen dat ik haar benijdde maar tijdens de laatste dagen van haar leven straalde ze een welhaast boeddhistische kalmte uit.

En precies die rust overviel mij daar in de spiksplinternieuwe Volvo in de Sierre de Grazalema, op die stoel met dat minuscule remspoortje waarover Ivo zich later die dag in Sevilla toch nog bijzonder druk maakte. 

Enfin, na een half uur had ik weer bereik en ging ik weer los op Frans Timmermans, GroenLinks, Sylvana, Sunny Bergman en wat dies meer zij maar de verbittering was weg.

Ik had het licht gezien tijdens die bijna-doodervaring. Ik zag de groene weiden waar de eenhoorns vredig grazen en waar geen Twitter is, noch Facebook noch Hyves, noch Pornhub noch Xhamster. Het nieuwe, internetloze Jeruzalem (waar ik begin juli met Pieter Waterdrinker heen ga als eregasten van het CIDI, onze reiskroniek kunt u lezen in de papieren editie van Haagsche Post/De Tijd, in de septembereditie om precies te zijn) waar de Witte Pieten en de Zwarte Pieten in harmonie samenleven zoals de profeet Jeremia ooit had voorspeld in het Goede Boek.

En ik schoot vol, in die Volvo van Ivo, want ik moest denken aan mama die mij in slaap wiegde met dat heerlijke liedje Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.

Ik veegde de krokodillentranen uit mijn ogen en voelde boosheid opborrelen. Ik werd woedend op Twitter en Facebook, kutwebsites die van mij, een lief, kwetsbaar en empathisch knulletje, een naargeestige cynische hofnar van (extreem) rechts hadden gemaakt. Dat zijn niet mijn woorden maar die van mijn ouwe mattie Özcan Akyol alias Eus, die ik al tien jaar ken. Eussie was laatst op bezoek in de Algarve. Hij schreef het voorwoord in mijn literaire reisgids voor de Algarve die binnenkort uitkomt en uiteraard stak hij mij heerlijke Ottomaanse pauwenveren in mijn poepert maar hij waarschuwde ook voor mijn extreemrechtse imago, waar ik het helemaal niet mee eens ben omdat ik potverdorie lijstduwer ben van de Partij voor de Dieren en vrijwel mijn hele arbeidzame leven op de PvdA heb gestemd en voor en in de linkse kerk schreef.

Ik werd ook boos op Ivo, die maar door bleef zeuren over het minuscule remspoortje terwijl ik een bijna-doodervaring had medegemaakt. Maar bovenal was ik boos op de dwangmatigheid van de twieps. Van die gasten die op zondagmorgen in alle vroegte alweer hun stokpaardjes berijden, of ze nou extreem-rechts of extreem-links zijn. Als Wajong-papegaaien die steeds weer hun zieke mantra’s herhalen. 24/7/365 tot de dood er op volgt. Twitter is een open inrichting, ik heb het al vaker geroepen. Mijn schoorsteen moet roken, ik moet mijn boekkies verkopen. Ik heb nooit vrij van Facebook en Twitter. De sociale media zijn voor mij een verdienmodel, net zoals racisme een verdienmodel is. En daarom ga ik er gewoon mee door deze zomer.

Ik doe het voor jullie, twieps.