Het doek is gevallen voor Halbe Zijlstra. Zelfs de steun van zijn politiek leider en vriend Mark Rutte heeft hem niet kunnen redden. Afvallen deed Rutte hem evenmin. Halbe kreeg de klassieke Rutte-behandeling.Tijdens de drie kabinetten van Rutte gingen zeven bewindspersonen Zijlstra voor. Neem het eerste slachtoffer van het kabinet-Rutte II: PvdA-staatssecretaris Co Verdaas (Economische Zaken). Verdaas zat na zijn beëdiging op 5 november 2012 slechts een maand op zijn post. Hij moest vertrekken nadat bleek dat hij als gedeputeerde van de provincie Gelderland grote fouten had gemaakt bij het declareren van de kosten voor zijn woon- en werkverkeer.Op 6 december 2012 stapte Verdaas op. Volgens Rutte was Verdaas ‘geknipt voor zijn functie’, maar nadat bleek dat de staatssecretaris fouten had gemaakt, stelde Rutte dat hem geen blaam trof. “Ik kon niet doorvragen over zaken die mij niet bekend zijn.”Na Verdaas moesten nog zeven bewindslieden van de kabinetten Rutte II en III hun biezen pakken. Rutte accepteerde het vertrek van de een makkelijker dan van de ander. Neem zijn verdediging van VVD-staatssecretaris van Financiën Frans Weekers in januari 2014. Weekers moest opstappen nadat de Belastingdienst tienduizenden mensen liet wachten op hun premies. Volgens Rutte was Weekers enkel ‘gestruikeld’ over details. “Politiek is geen debatwedstrijd,” stelde Rutte. “Ik meen dat Weekers goed bezig was. Hier geldt: je kunt niet elke vraag beantwoorden die gesteld wordt.”
De grootste klappen kreeg Rutte rond de Teevendeal. De bonnetjesaffaire – aanleiding: een schikking ter waarde van 4,7 miljoen gulden van Fred Teeven als officier van justitie met drugscrimineel Cees H. – luidde in maart 2015 het vertrek in van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) en zijn minister Ivo Opstelten. “Twee gedreven vakmensen,” noemde Rutte hen.Ook Opsteltens opvolger Ard van der Steur moest op 26 januari 2017 het veld ruimen, nadat bleek dat hij als Kamerlid directief advies aan zijn voorganger had gegeven over de politieke afhandeling van de affaire. “Een onwinbare strijd,” noemde de premier de strijd van Van der Steur. De kritiek van de oppositie op zijn eigen handelen was hard. “Rutte is een bedreven doofpotmanager,” kreeg hij te horen van PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand. Indirect werd ook Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg slachtoffer van de Teevendeal. Zij stapte op nadat uitkwam dat ze een belastende brief over de deal had vernietigd.Het stelligst was de minister-president in zijn verdediging van Defensie-minister Jeanine Hennis-Plasschaert. “Ja, dat vind ik zeker”, zei hij op de vraag of Hennis kon aanblijven, na een kritisch rapport over een mortierongeluk in Mali.Defensie had volgens de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ‘ernstig tekortgeschoten’ in de zorg voor de veiligheid van Nederlandse militairen. Volgens Rutte was het echter niet genoeg om haar de deur uit te werken. “Zij kan zich prima zelf verdedigen.”










